Vrouwen streden 224 jaar geleden ook al voor kiesrecht

blog club patriotique de femmes

Dit jaar vieren we 100 jaar algemeen kiesrecht in Nederland. Mensen denken vaak dat het met de ‘eerste feministische golf’, de eerste keer was dat vrouwen op het idee kwamen om stemrecht te eisen. Maar dat klopt niet helemaal. Ook eerder waren er in Europa oproepen tot politieke gelijkheid voor vrouwen.

Rechten van de man en de burger

Graag neem ik jullie mee terug naar de Bataafse Republiek (1795-1806). We zijn het misschien alweer vergeten, maar voordat Napoleon ons land overnam hadden we hier voor het eerst een democratie met mannenkiesrecht. Een groot deel van de witte mannen mocht toen stemmen (zij die van de bedeling afhankelijk waren niet). De Verlichting kwam tot een hoogtepunt en er waren Grootse Idealen: mannen hadden hun mond vol van mensenrechten. Bij de Franse Revolutie was de Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen (‘Verklaring van de rechten van de mens/man en de (mannelijke) burger’) uitgeroepen.

In navolging had de Bataafse Republiek zes jaar later De verklaring van de rechten van de mens en van de burger. Maar ja, beiden, het woord ‘mens’ en (het vaak geclaimde ‘neutrale’) l’Homme,  bleken in de praktijk gewoon witte man te betekenen. Vrouwen werden namelijk uitgesloten van dit verheven ‘mens en burger’-begrip. En ook de mensen op Curaçao die vochten voor de afschaffing van de slavernij vingen bot bij dit Grootse Verlichtingsideaal.

Er was in de Nationale Vergadering (de Eerste en Tweede Kamer van toen) niet heel veel discussie over vrouwenkiesrecht, want de mannen aldaar vonden het vanzelfsprekend dat vrouwen uitgesloten werden. Maar een paar keer werd er wel bevraagd of, als ze allemaal zo heilig in ‘gelijkheid’ geloofden, of vrouwen dan ook niet wat gelijker mochten worden? Deze discussies duurden echter nooit lang, want vrouwenkiesrecht was simpelweg niet handig. Als vrouwen politiek actief zouden worden, wie zou er dan voor het huishouden zorgen? En waren de vrouwtjes niet veel te lichtzinnig en emotioneel voor zulke belangrijke verantwoordelijkheden? Etc. We kennen dat riedeltje wel.

Wij zijn er óók nog

Hoewel er weinig bronmateriaal uit die tijd is overgeleverd, weten we toch dat er wel degelijk pleidooien waren om vrouwen ook tot de categorie ‘mens’ te rekenen en hen stemrecht te geven. In 1795 verscheen het pamflet Ten betooge dat de vrouwen behooren deel te hebben aan de regeering van het land. Een tekst die een echo vormde van soortgelijke pleidooien die heldinnen Etta Palm en Olympe de Gouges in de jaren ervoor ook al in Parijs hadden gehouden. Daarnaast werden er een aantal ‘vrouwenclubs’ opgericht en werden er vele vrouwenbladen uitgegeven. Vrouwen verenigden zich en stelden dat ze toch meer zouden kunnen dan mannen koffie en thee brengen. (Als de betreffende burgeressen toch eens wisten hoe lang deze strijd, tot op de dag van vandaag, nog door zou gaan.)

Een voorbeeld van zo’n vrouwenclub was de Vaderlandse Vrouwensociëteit. Deze werd in 1796 opgericht met de leus: ‘wij zijn er óók nog’. In deze sociëteit spraken vrouwen over of ze het bij het eisen van stemrecht zouden laten. En evalueerden ze hoe de mannen het deden in de vergadering.

Bataafse vrouwen hielden zich in vergelijking met de vrouwen in Parijs redelijk gedeisd. Maar gezien het lot van Olympe de Gouges, die in 1793 voor haar mondigheid geëxecuteerd was, was dat ook niet zo vreemd. Toch werd er verenigd, geschreven en gediscussieerd. Helaas hadden onze voormoeders weinig tijd om een beweging te bouwen, en zo een veel vroegere ‘eerste golf’ te vormen. In 1798, drie jaar na de oprichting van deze halve democratie, namen de gematigden het over door middel van een staatsgreep. Radicale bewegingen werden in de kiem gesmoord. Verschillende politieke bladen mochten niet meer op straat verkocht worden en de vrouwenclubs verdwenen.

Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars

Over de pogingen van de Bataafse vrouwen om zich te verenigen en te schrijven over hun emancipatie is helaas relatief weinig bekend. We weten dat de bladen en de clubs hebben bestaan, maar er is bijna niets van bewaard gebleven. Dit heeft er dan weer toe geleid dat veel historici hebben geconcludeerd dat er toen nauwelijks een vrouwenbeweging was. Maar aangezien geschiedenis doorgaans geschreven wordt door de overwinnaars, en de mannen destijds de claims van vrouwen irrelevant vonden, is het feit dat er weinig is overgeleverd helemaal geen bewijs voor het uitblijven van een vrouwenbeweging. De conclusie dat het toen niet zou hebben geleefd is eigenlijk het blindelings volgen van de poortwachters van toen.

Ook nu is deze geschiedenis nog geschreven door de overwinnaars. Dat is bijvoorbeeld goed te zien op de wiki van de Bataafse Republiek, waar er nog steeds gesproken wordt over ‘rechten voor iedereen’ en ‘algemene verkiezingen’. Nog steeds worden de vrouwen van toen niet genoeg mens geacht om bij onze opvatting van “iedereen” te horen. En wordt de taal van toen klakkeloos overgenomen. Dit is in academische geschiedenisboeken helaas zelden anders.

Dit jaar vieren we 100 jaar algemeen kiesrecht. Het is geweldig dat het de strijdsters van de ‘eerste golf’ destijds gelukt is dit basis burgerrecht voor vrouwen te verwerven. Maar het is schokkend om je te realiseren hoe lang het geduurd heeft; hoe lang vrouwen al riepen dat ze ook mensen waren en hoe lang dit genegeerd werd. Het is schokkend om je te realiseren hoe lang we al zeggen: ‘wij zijn er óók nog’. Zeker omdat dit tot op de dag van vandaag nog steeds nodig is.

Bronnen:

Naomí Combrink

Naomí Combrink (@naominarrates) is literatuur- en cultuurwetenschapper, gespecialiseerd in narratieve en kritische theorie. Ze is gepassioneerd over het zichtbaar maken van emotional labour, vergeten vrouwen en het belang van #metoo. Buiten de digitale deuren van Atria zijn Naomí’s publicaties ook te vinden bij Hard//Hoofd, WOMEN Inc. en OneWorld.
Naomí is een van de gastbloggers in 2019.

Delen:

Gerelateerde artikelen